ECLI:NL:CBB:2013:268
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen investeringsheffing schapenregistratie niet-ontvankelijk verklaard
Appellant, een schapenhouder en landschapsbeheerder, werd geconfronteerd met een investeringsheffing van € 683,50 op grond van de Regeling identificatie en registratie van dieren. Deze heffing bestond uit een vast bedrag per Uniek Bedrijfsnummer en een bedrag ter dekking van investeringskosten voor het I&R-systeem. Appellant betwistte deze heffing, stellende dat hij ongelijk werd behandeld ten opzichte van schapenhouders met minder dan 100 dieren en dat de database in 2010 niet goed functioneerde.
De Staatssecretaris verweerde zich met het standpunt dat de wetgever een onderscheid heeft gemaakt tussen houders met meer dan 100 dieren en minder, en dat dit niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Tevens wees hij erop dat appellant reeds een ander beroep had ingesteld tegen een besluit over de bedrijfstoeslag 2010, waarin de modulatiekorting aan de orde was, maar dat appellant dit beroep had ingetrokken waardoor dat besluit in rechte vaststaat.
Het College overwoog dat appellant geen direct belang heeft bij de uitkomst van de procedure omdat de verlaging door modulatiekorting onderdeel is van een ander besluit waartegen dit beroep niet is gericht. Hierdoor kan appellant niet het gewenste resultaat bereiken met dit beroep. Daarom verklaarde het College het beroep niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de investeringsheffing wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.