ECLI:NL:CBB:2013:23
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling subsidiabele oppervlakte bedrijfstoeslag GLB 2011
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken waarin de subsidiabele oppervlakte van haar landbouwpercelen voor de bedrijfstoeslag 2011 was vastgesteld. De kern van het geschil betrof de oppervlaktebepaling van twee percelen, waarbij appellante zich baseerde op een GPS-meting die volgens haar een grotere subsidiabele oppervlakte aantoonde.
De verweerder had de oppervlakte vastgesteld op basis van een administratieve controle conform artikel 28 van Pro Verordening (EG) nr. 1122/2009, waarbij de opgegeven percelen werden vergeleken met referentiepercelen en luchtfoto's uit 2011. Uit de vergelijking bleek dat de GPS-meting ook niet-subsidiabele elementen zoals wegen en verhardingen had meegenomen.
Het College concludeerde dat de GPS-meting onvoldoende twijfel opriep over de juistheid van de oppervlaktebepaling door verweerder. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Tevens werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaststelling van de subsidiabele oppervlakte van de percelen wordt ongegrond verklaard.