ECLI:NL:CBB:2013:227
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toewijzing toeslagrechten uit Nationale Reserve 2010 voor rosékalveren
Appellant, een fokker van rosékalveren, had een aanvraag ingediend voor toewijzing van toeslagrechten uit de Nationale Reserve 2010 op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006. Deze aanvraag werd afgewezen door verweerder omdat de berekening volgens artikel 17 van Pro de Regeling niet voldeed aan de voorwaarden.
Appellant betwistte de toegepaste vermenigvuldigingsfactoren, met name dat verweerder alle kalveren in categorie ii (8 maanden en ouder) plaatste en de factor 1,4 toepaste, terwijl appellant vond dat voor de periode dat kalveren jonger dan 8 maanden zijn de factor 1,9 zou moeten gelden. Ook stelde appellant dat het uitvalspercentage 2% was in plaats van 10%, waardoor de factor 0,98 in plaats van 0,9 zou moeten worden toegepast.
Het College oordeelde dat de regeling uitgaat van het moment van slacht, waarop de dieren het bedrijf verlaten, en dat appellant niet had bestreden dat dit circa 8,5 maanden is. Daarom was de toepassing van factor 1,4 terecht. Daarnaast is de factor 0,9 een algemeen verbindend voorschrift waarin ook rekening is gehouden met leegloop door onderbezetting en sterfte, zodat het lagere uitvalspercentage van appellant geen aanleiding geeft tot afwijking.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag toeslagrechten uit de Nationale Reserve 2010 wordt ongegrond verklaard.