Uitspraak
1.Het procesverloop in hoger beroep
Appellant is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Klager is, zoals vooraf aangekondigd, niet ter zitting verschenen.
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellant, een accountant, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de accountantskamer waarin hem werd verweten bewust onjuist en buitensporig veel bestuursuren aan medevennoten te hebben doorbelast. De accountantskamer had hem gestraft met doorhaling van zijn inschrijving in het register voor tien jaar.
In hoger beroep stelde appellant dat niet alle geregistreerde uren aan medevennoten waren doorbelast en dat het aantal uren realistisch was. Tevens voerde hij aan dat de klacht over 2008 niet ontvankelijk was wegens te late indiening. Het College stelde vast dat het aantal uren deels interne registratie betrof en dat niet alle uren waren doorbelast. Het bewijs van klager was onvoldoende om te concluderen dat appellant bewust onjuist had gehandeld.
Wel werd vastgesteld dat appellant zich tijdens een bespreking in 2011 onprofessioneel en intimiderend had gedragen tegenover een medevennoot, wat in strijd was met de gedragsregels. Het College vernietigde de eerdere maatregel van doorhaling en legde in plaats daarvan een waarschuwing op.
De uitspraak benadrukt het belang van integriteit en professioneel gedrag binnen het accountantsberoep, en dat interne urenregistratie niet zonder meer leidt tot een tuchtrechtelijke sanctie zonder bewijs van onrechtmatige doorbelasting.
Uitkomst: De doorhaling van de inschrijving werd vernietigd en appellant kreeg een waarschuwing opgelegd wegens onprofessioneel gedrag.