Uitspraak
Productschap Vee en Vlees, verweerder,
College van Beroep voor het bedrijfsleven
Appellante, Zwanenberg Food Group B.V., stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Vee en Vlees waarin een eerder besluit tot intrekking en terugvordering van restitutie voor uitvoer van vleesconserven werd gehandhaafd. De intrekking was gebaseerd op een boekhoudkundige controle (4045-controle) die stelde dat onjuiste restitutiecodes waren vermeld en dat een aantal dozen vleesconserven beschadigd was bij uitladen in het derde land.
Het College onderzocht de bevoegdheidsverdeling tussen Douane en Productschap en oordeelde dat het Productschap bevoegd is om zelfstandig te beoordelen of de restitutiecodes juist zijn, ook na beëindiging van de verificatie door de Douane. Verder werd vastgesteld dat de restitutiecodes onjuist waren omdat plasmapoeder en plasma niet tot vlees en vet worden gerekend en appellante onvoldoende had onderbouwd dat het vleesgehalte daadwerkelijk 80% of meer bedroeg.
Daarnaast werd geoordeeld dat de restitutie voor beschadigde partijen terecht werd teruggevorderd omdat appellante onvoldoende had aangetoond dat de producten redelijkerwijs op de markt van het derde land konden worden afgezet. Het beroep op verjaring faalde omdat het controleverslag binnen de vierjaarstermijn was verstrekt. De opgelegde sanctie van 50% en wettelijke rente werden eveneens bevestigd. Het College verklaarde het beroep ongegrond en besloot het onderzoek te heropenen voor een nadere uitspraak over de gevraagde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van restitutie bevestigd.