ECLI:NL:CBB:2012:BY4236
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving last onder dwangsom wegens overtreding dierenvervoerregels
Appellante, een veetransportbedrijf, kreeg meerdere waarschuwingen en uiteindelijk een last onder dwangsom opgelegd wegens het vervoeren van varkens die niet geschikt waren voor transport volgens artikel 6, derde lid, van Verordening (EG) nr. 1/2005. De overtredingen vonden plaats op verschillende data tussen 2007 en 2010, waarbij een diergeneeskundige verklaring van 1 februari 2010 een zieke varken constateerde dat niet vervoerd had mogen worden.
Appellante voerde aan dat het diergeneeskundig rapport onvoldoende grondslag bood voor de overtreding, dat het vervoer geen extra lijden veroorzaakte, dat chauffeurs niet verantwoordelijk kunnen worden gehouden en dat de dwangsom disproportioneel was. Tevens stelde zij dat de last onder dwangsom preventief was en niet aan het criterium van klaarblijkelijk gevaar voldeed.
Het College oordeelde dat de bevindingen van de dierenarts voldoende waren en onvoldoende gemotiveerd waren betwist. De overtredingen door werknemers zijn aan appellante toe te rekenen. De last onder dwangsom is gericht op het voorkomen van herhaling van overtredingen en vereist geen klaarblijkelijk gevaar, enkel eerdere overtredingen. De hoogte van de dwangsom is proportioneel gezien de ernst van het geschonden belang en de omvang van het bedrijf.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en handhaafde de last onder dwangsom. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt gehandhaafd.