ECLI:NL:CBB:2012:BY2799
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.E. Doolaard
- R.F.B. van Zutphen
- R.C. Stam
- Rechtspraak.nl
Beoordeling luchtvaartactiviteiten en tariefvaststelling luchthaven Schiphol
Schiphol stelde tarieven vast voor haar luchthavenactiviteiten, welke door KLM en BARIN werden aangevochten bij de NMa. De NMa stelde vast dat een deel van de tarieven in strijd was met de Wet luchtvaart. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en oordeelde dat BARIN geen gebruiker was en bepaalde kostenposten niet als luchtvaartactiviteiten konden worden aangemerkt.
Schiphol stelde dat geluidwerende maatregelen en het Schiphol College (werving en opleiding personeel) wel degelijk luchtvaartactiviteiten zijn, omdat zij ten behoeve van de gebruikers zijn en onmisbaar voor de exploitatie. KLM en BARIN onderschreven de NMa-standpunten, waarbij zij een beperkte uitleg van het begrip luchtvaartactiviteiten voorstonden.
Het College oordeelde dat het begrip luchtvaartactiviteiten strikt moet worden uitgelegd aan de hand van het Besluit exploitatie luchthaven Schiphol. De geluidwerende maatregelen langs de Polderbaan en de activiteiten van het Schiphol College vallen niet onder luchtvaartactiviteiten, omdat zij niet direct ten dienste staan van het opstijgen en landen van vliegtuigen of de afhandeling van passagiers en bagage. Het bagagesysteem zelf is wel een luchtvaartactiviteit. De accountantskosten mogen niet worden verrekend omdat NMa geen wettelijke verplichting kon opleggen voor het accountantsrapport.
Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van Schiphol wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.