ECLI:NL:CBB:2012:BX8156
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- N.A. Schimmel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding rookvrije werkplek door bedrijf
A B.V. werd door de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beboet wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet, omdat in een kantoorruimte waar werknemers werkzaam waren, werd gerookt. Na een eerdere waarschuwing vond op 16 mei 2008 een inspectie plaats waarbij een ambtenaar van de NVWA rookgeur en een asbak met peuken aantrof in de werkkamer van directeur C.
Appellante betoogde dat de ruimte toebehoorde aan een andere onderneming en dat haar werknemers deze ruimte niet als werkplek beschouwden, en stelde dat haar zwijgrecht was geschonden omdat zij niet tijdig was gewaarschuwd (cautie). Het College oordeelde echter dat de ruimte deel uitmaakt van de werkruimten van appellante en dat werknemers daar werkzaamheden verrichten. Het zwijgrecht was niet geschonden omdat de bewijsgaring plaatsvond binnen het kader van toezicht en de cautie tijdig werd gegeven.
Het College bevestigde dat appellante niet aan haar verplichtingen had voldaan om een rookvrije werkplek te garanderen en dat de opgelegde boete terecht was. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam werd daarmee bekrachtigd, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €300 wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, Tabakswet wordt bevestigd.