ECLI:NL:CBB:2011:BV1053

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
22 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/950
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
  • W.E. Doolaard
  • E. van Kerkhoven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbArt. 48 Verordening (EG) nr. 796/2004Verordening (EG) nr. 1550/2007
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen randvoorwaardenkorting wegens niet-naleving mestuitrijdvoorschriften

Appellant ontving een randvoorwaardenkorting van 20% op zijn GLB-inkomenssteun voor 2009 wegens opzettelijke niet-naleving van het verbod op niet-emissiearm uitrijden van mest. Deze korting werd opgelegd na een controle door de Algemene Inspectiedienst op 12 augustus 2009, waarbij appellant werd gewaarschuwd voor het onjuiste uitrijden van rundveedrijfmest.

Appellant stelde dat hij niet tijdig en formeel op de hoogte was gesteld van de overtreding, zoals vereist in artikel 48, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 796/2004. De gemachtigde van verweerder stelde dat de mondelinge waarschuwing op de controle dag als kennisgeving diende.

Het College oordeelde echter dat een waarschuwing niet gelijkstaat aan een formele kennisgeving van een geconstateerde niet-naleving. Omdat appellant niet volgens de vereiste procedure was geïnformeerd, ontbrak de grondslag voor de opgelegde korting. Het beroep werd daarom gegrond verklaard en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de randvoorwaardenkorting van 20% wordt vernietigd.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
AWB 10/950 22 december 2011
5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht in de zaak van:
A, te B, appellant,
tegen
de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder,
gemachtigde: mr. H.V. Qualm, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.
Zitting hebben:
mr. W.E. Doolaard, voorzitter,
mr. E. van Kerkhoven, waarnemend griffier.
Ter zitting zijn verschenen appellant en verweerder bij voornoemde gemachtigde.
Met het besluit van 3 augustus 2010 heeft verweerder de bezwaren van appellant tegen het besluit van 24 maart 2010 ongegrond verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder een randvoorwaardenkorting van 20 % op de aan appellant voor het jaar 2009 te verlenen rechtstreekse betalingen op grond van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 vastgesteld.
Tegen dit besluit heeft appellant bij faxbericht van 10 september 2010, bij het College binnengekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.
Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten heeft de voorzitter aan partijen de beslissing en de gronden van de beslissing medegedeeld.
Beslissing: het beroep wordt gegrond verklaard,
verweerder dient appellant het griffierecht ad € 150,-- te vergoeden.
Gronden:
- Naar aanleiding van een klacht omtrent het uitrijden van wortelstoomschillen gemengd met mest, heeft een controleur van de Algemene Inspectiedienst (hierna: AID) op 12 augustus 2009 een controle uitgevoerd op het bedrijf van appellant. Op het moment van de controle was appellant bezig rundveedrijfmest op 2 hectare grasland, gelegen op kleigrond, uit te rijden. De controleur heeft hem daarmee laten stoppen en erop gewezen dat de door hem gevolgde wijze van uitrijden waarbij de zodebemester boven de grond in plaats van in de grond kwam, niet in overeenstemming was met de bepalingen voor het aanwenden van mest. Hij heeft hem bij die gelegenheid mondeling een waarschuwing gegeven en daaraan toegevoegd toe dat hij zijn werkzaamheden kon hervatten als hij langzamer zou rijden.
- Op 2 februari 2010 heeft de controleur in verband met dit voorval een controleverslag opgemaakt waarbij een opzettelijke niet-naleving van de randvoorwaarden, namelijk de verplichting tot naleving van het verbod om mest niet-emissiearm uit te rijden, wordt gerapporteerd.
- Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 24 maart 2010 heeft verweerder voor appellant een randvoorwaardenkorting van 20% vastgesteld op de aan hem voor het jaar 2009 te verlenen rechtstreekse betalingen, wegens opzettelijke niet-naleving van het verbod op het niet-emissiearm uitrijden van mest.
- Ingevolge artikel 48, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 796/2004, wordt de landbouwer binnen drie maanden na de datum van de controle ter plaatse van elk geconstateerd geval van niet-naleving in kennis gesteld. Deze bepaling is bij Verordening (EG) nr. 1550/2007 in eerstgenoemde verordening opgenomen. Uit de toelichting blijkt dat het niet om een fatale termijn gaat.
- Appellant heeft zich erover beklaagd, dat hem op 12 augustus 2009 noch daarna is medegedeeld, dat het op onjuiste wijze uitrijden van de mest in dit geval als een niet-naleving van de randvoorwaarden werd beschouwd.
- Desgevraagd heeft de gemachtigde van verweerder zich ter zitting op het standpunt gesteld dat appellant in kennis is gesteld van de geconstateerde niet-naleving doordat hem op 12 augustus 2009 de waarschuwing is gegeven.
- Het College is met appellant van oordeel, dat hij uitsluitend gewaarschuwd is en niet in de zin van artikel 48, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 796/2004 op de hoogte is gesteld van een geconstateerd geval van niet-naleving. Het geven van een waarschuwing is geen aanzegging van de constatering van een niet-naleving, maar behelst juist de boodschap dat constatering van een niet-naleving (nog) niet aan de orde is.
- Nu appellant aldus niet in kennis was gesteld van een niet-naleving bestond er voor verweerder, gelet op artikel 48, tweede lid, van Verordening (EG) nr. 796/2004, geen grondslag hem een korting ter zake van overtreding van de randvoorwaarden voor het jaar 2009 op te leggen.
- Van voor vergoeding in aanmerking komende kosten is niet gebleken; wel ziet het College aanleiding verweerder te veroordelen tot vergoeding van het door appellant betaalde griffierecht.
w.g. W.E. Doolaard w.g. E. van Kerkhoven