ECLI:NL:CBB:2011:BU9576
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- E.R. Eggeraat
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen aanwijzing Nederlandse Zorgautoriteit voor declaratie DBC-systematiek bij privékliniek cosmetische chirurgie
Verzoekster, een privékliniek voor cosmetische plastische chirurgie, werd door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) aangewezen om uiterlijk 1 juni 2011 over te gaan op declaratie via de diagnosebehandelcombinaties (DBC’s). Verzoekster betwistte de bevoegdheid van de NZa tot deze aanwijzing, omdat zij uitsluitend zuiver cosmetische zorg verleent zonder medische noodzaak en derhalve geen zorg in de zin van de Wet marktordening gezondheidszorg (Wmg) levert.
De NZa stelde dat de behandelingen van verzoekster wel onder de Wmg vallen, mede omdat de plastisch chirurgen onder tuchtrechtspraak vallen en de tariefbeschikking en nadere regels op verzoekster van toepassing zijn. De voorzieningenrechter overwoog dat de vraag of de behandelingen zorg in de zin van de Wmg zijn, niet zonder meer duidelijk is en in de bodemprocedure moet worden beoordeeld.
Daarnaast stelde verzoekster dat de NZa in strijd met het gelijkheidsbeginsel handelt door alleen haar aan te wijzen terwijl andere privéklinieken die ook niet volgens de DBC-systematiek declareren, niet worden aangesproken. De voorzieningenrechter achtte dit aannemelijk en vond dat de NZa onvoldoende handhavend optreedt tegen andere vergelijkbare klinieken.
Gelet op de belangenafweging en het verschil in tarieven tussen verzoekster en de DBC-tarieven, werd de aanwijzing geschorst bij wijze van voorlopige voorziening. Tevens werd de NZa veroordeeld in de proceskosten van verzoekster.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de aanwijzingen van de Nederlandse Zorgautoriteit worden geschorst.