ECLI:NL:CBB:2011:BU7298
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging heffingsnota's wegens ontbreken verbindende kracht verordening en proceskostenveroordeling
Appellanten, bestaande uit vijf wijnhandelaren, hebben beroep ingesteld tegen het besluit van het Productschap Wijn waarin hun bezwaren tegen opgelegde heffingen over de jaren 2005 tot en met 2008 ongegrond werden verklaard. De heffingen waren gebaseerd op diverse heffingsverordeningen die door het Productschap waren vastgesteld.
Het geschil betrof onder meer de vraag of de aanvullende financieringsheffingen als bestemmingsheffingen moesten worden beschouwd en daarmee ministeriële goedkeuring vereisten, de rechtmatigheid van de heffingsgrondslag, de indirecte heffingen, de verplichte aansluiting bij het productschap en de rechtmatigheid van de Schilthuiskorting. Tevens werd aangevoerd dat een aantal heffingsnota's was opgelegd voordat de betreffende verordening verbindend was.
Het College oordeelde dat de aanvullende financieringsheffingen geen bestemmingsheffingen zijn en dat de heffingsgrondslag en systematiek rechtsgeldig zijn. De verplichte aansluiting bij het productschap was niet in strijd met het EVRM. De terugbetaling van heffingen aan een deel van de bedrijfsgenoten vormde geen steunmaatregel die de heffingen onrechtmatig maakte. Wel werd geoordeeld dat tien heffingsnota's die waren opgelegd voordat de verordening verbindend was, vernietigd moesten worden.
Het College veroordeelde het Productschap Wijn tot vergoeding van de proceskosten van appellanten en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats komt van het bestreden besluit voor zover het de vernietigde heffingsnota's betreft.
Uitkomst: Tien heffingsnota's opgelegd vóór verbindend worden van de verordening zijn vernietigd en het Productschap Wijn is veroordeeld in proceskosten.