ECLI:NL:CBB:2011:BU4604
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging tuchtbeslissing wegens onterecht oordeel over schriftelijke opdrachtbevestiging
Appellant, een registeraccountant, werd door de raad van tucht gedeeltelijk terechtgewezen en kreeg een schriftelijke waarschuwing opgelegd naar aanleiding van een klacht van klaagster. De klacht betrof onder meer het niet voorleggen van een nieuwe schriftelijke opdrachtbevestiging aan de opdrachtgevers.
In hoger beroep stelde appellant dat de raad van tucht ten onrechte had geoordeeld dat hij een nieuwe schriftelijke opdrachtbevestiging had moeten overleggen. Het College van Beroep stelde vast dat appellant weliswaar een concept van de goodwillberekening had gestuurd en het gesprek van 30 mei 2008 niet schriftelijk had bevestigd, maar dat de opdrachtgevers de gelegenheid hadden om commentaar te geven op de conceptrapportage.
Het College oordeelde dat dit onder de omstandigheden geen schending van de relevante artikelen van de Verordening gedragscode betekende. Daarom vernietigde het College de tuchtbeslissing en verklaarde de klacht ongegrond. De overige griefs werden niet behandeld vanwege het slagen van de hoofdgrief.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de tuchtbeslissing wordt vernietigd; de klacht wordt ongegrond verklaard.