ECLI:NL:CBB:2011:BU1750
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
College van Beroep verklaart klacht tegen registeraccountant ongegrond wegens onvoldoende bewijs schending objectiviteit
Appellant had een klacht ingediend tegen een registeraccountant (betrokkene) wegens vermeende schending van de plicht tot objectiviteit. De raad van tucht verklaarde de klacht ongegrond, omdat onvoldoende bewijs was geleverd dat betrokkene als adviseur van een partij had gefungeerd of bewust onware verklaringen had afgelegd.
Appellant stelde in beroep dat betrokkene en een collega-accountant na een bepaalde datum nog werkzaamheden verrichtten en dat er sprake was van belangenverstrengeling, onder meer door het doorsturen van een conceptcompromis en verschillende waarderingen van bedrijven. Tevens werd betoogd dat een e-mail onbewust onjuiste informatie bevatte om druk uit te oefenen.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende feiten en bewijs had aangevoerd om de objectiviteit van betrokkene aan te tonen. De verklaringen en stukken van betrokkene werden geloofwaardig geacht, en de raad van tucht had de klacht terecht ongegrond verklaard. Het beroep werd daarom verworpen.
De uitspraak is gedaan op basis van de Wet op de Registeraccountants zoals die gold vóór 1 mei 2009.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de klacht tegen de registeraccountant wordt ongegrond verklaard.