ECLI:NL:CBB:2011:BR3183
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Schriftelijke berisping voor accountant wegens schending deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit
In deze zaak stond de klacht centraal over het handelen van een registeraccountant die een zienswijze gaf over het niet verwerken van een vermeende deal in de jaarrekening 2005 van een vennootschap. Het College oordeelde dat de accountant in strijd handelde met het fundamentele beginsel van deskundigheid en zorgvuldigheid, omdat onvoldoende duidelijk was welke informatie en uitgangspunten aan zijn zienswijze ten grondslag lagen.
Daarnaast bevond het College dat de accountant zich in een situatie begaf die zijn professionele oordeelsvorming op ongepaste wijze beïnvloedde, in strijd met het fundamentele beginsel van objectiviteit. Dit betrof met name de betrokkenheid van zijn broer bij de opdrachtgever, waardoor een belangenconflict ontstond dat niet adequaat werd onderkend of gemeld.
Het College vernietigde de eerdere tuchtbeslissing van de raad van tucht en verklaarde de klacht gegrond. Gelet op de ernst van de schendingen legde het College de maatregel van schriftelijke berisping op aan de accountant. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie, onafhankelijkheid en het naleven van professionele gedragsregels door accountants.
Uitkomst: Het College legt een schriftelijke berisping op aan de accountant wegens schending van deskundigheid, zorgvuldigheid en objectiviteit.