ECLI:NL:CBB:2011:BR0261
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.R. Eggeraat
- M. van Duuren
- G.P. Kleijn
- Rechtspraak.nl
Beoordeling tegemoetkoming schade bij doding geiten wegens Q-koortsbestrijding
Appellante, een maatschap, maakte bezwaar tegen besluiten van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie die haar tegemoetkomingen in schade toekenden wegens het doden van geiten en bokken in het kader van de bestrijding van Q-koorts. De besluiten betroffen voorschotten en definitieve tegemoetkomingen op grond van artikelen 86 en 91 van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (Gwd).
Het College oordeelt dat verweerder terecht 6% BTW in mindering heeft gebracht op de schadevergoeding, omdat de waardetabel van het LEI inclusief BTW is opgesteld. De stelling van appellante dat een landbouwforfait van 5,1% in mindering zou moeten worden gebracht, wordt verworpen. Daarnaast behoort de discussie over de waardebepaling van bepaalde dieren tot de hertaxatieprocedure, die hier niet aan de orde is.
Ten aanzien van de vergoeding van vervolgschade op grond van artikel 91 Gwd Pro stelt het College dat verweerder een ruime beleidsvrijheid heeft. Verweerder mocht zich in redelijkheid op het standpunt stellen dat vervolgschade als normaal bedrijfsrisico geldt en niet volledig hoeft te worden vergoed. Het College acht de aanwijzing van Q-koorts als besmettelijke dierziekte en de volksgezondheidsgrondslag voor de maatregelen voldoende om deze redelijkheid te ondersteunen.
Het betoog van appellante dat verweerder te laat heeft ingegrepen in de bestrijding van Q-koorts wordt verworpen wegens gebrek aan veterinair deskundig bewijs. Het College verwijst naar het evaluatierapport Van Dijk en concludeert dat onvoldoende is aangetoond dat het talmen tot vergoeding van alle vervolgschade leidt.
Tot slot wordt de forfaitaire tegemoetkoming van € 100,- per geit vanwege herbevolkingsproblematiek als redelijk beoordeeld. Appellante heeft de gehanteerde kostenposten niet betwist en de berekeningswijze is in overleg met de sector tot stand gekomen. De beroepen worden ongegrond verklaard en er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen de besluiten tot tegemoetkoming in schade wegens doding van geiten worden ongegrond verklaard.