ECLI:NL:CBB:2011:BQ3311
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- B. Verwayen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boete wegens tweede overtreding mededelingsplicht S&O-verklaring
Appellant ontving een S&O-verklaring voor de periode juli 2007 tot en met december 2007 met een maximale afdrachtvermindering gebaseerd op 1.700 uren. Appellant heeft niet binnen de gestelde termijn gemeld dat het werkelijk aantal S&O-uren slechts 485 bedroeg, wat minder is dan 90% van het toegekende aantal. Verweerder legde daarom een boete van €700 op, zijnde 10% van het correctiebedrag van €7.654.
Appellant betoogde dat de boete onredelijk hoog was, omdat het verzuim niet te kwader trouw was maar het gevolg van drukke werkzaamheden, en dat de boete afhankelijk van het correctiebedrag leidt tot ongelijke behandeling bij gelijke overtredingen. Verweerder verwees naar het belang van de mededelingsplicht voor het voorkomen van misbruik en de wettelijke grondslag voor de boetehoogte.
Het College oordeelde dat de boetesystematiek proportioneel is en dat de opgelegde boete binnen de wettelijke kaders valt. De boete werd niet als onevenredig beschouwd, mede vanwege de eerdere overtreding door appellant en het belang van correcte naleving van de mededelingsplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete van €700 wegens het niet tijdig melden van het aantal S&O-uren wordt ongegrond verklaard.