ECLI:NL:CBB:2011:BQ1827

College van Beroep voor het bedrijfsleven

Datum uitspraak
8 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 10/172
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:67 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens termijnoverschrijding bij Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie waarin een verzoek tot wijziging van een gecombineerde opgave 2009 werd afgewezen. Dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Appellant stelde dat de overschrijding te wijten was aan ziekte.

Het College heeft overwogen dat uit jurisprudentie enige ruimte bestaat om termijnoverschrijding wegens ziekte te verontschuldigen, maar alleen indien de betrokkene door ziekte niet in staat was om zelfs een pro forma bezwaarschrift tijdig in te dienen of iemand anders dat te laten doen. De overgelegde doktersverklaring voldeed niet om deze situatie aan te nemen.

Hoewel verweerder appellant na het instellen van beroep alsnog heeft gehoord, wat heeft geleid tot een herziene beslissing op bezwaar, acht het College de termijnoverschrijding niet verschoonbaar. Daarom verklaart het College het beroep ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant vanwege het aanvankelijk achterwege laten van het horen.

Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding; verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

College van Beroep voor het bedrijfsleven
AWB 10/172 8 april 2011
5101 Regeling GLB-inkomenssteun 2006
Proces-verbaal van mondelinge uitspraak ingevolge artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) in de zaak van:
A, te B, appellant,
gemachtigde: mr. P. van Mombergen, advocaat te Assen,
tegen
de Staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, verweerder,
gemachtigden: mr. M. Prijs, werkzaam bij verweerders Dienst Regelingen.
Zitting hebben: mr. R.C. Stam, voorzitter,
mr. E. van Kerkhoven, waarnemend griffier.
Ter zitting zijn verschenen appellant, bijgestaan door mr. Van Mombergen voornoemd, en verweerder bij voornoemde gemachtigde.
Met het besluit van 27 januari 2010 heeft verweerder de bezwaren van appellant tegen het besluit van 19 augustus 2009 niet ontvankelijk verklaard. Bij laatstgenoemd besluit heeft verweerder een verzoek tot wijziging van de door appellant in het kader van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006 (hierna: Regeling) ingediende gecombineerde opgave 2009 afgewezen.
Tegen dit besluit heeft appellant bij brief van 22 februari 2010, bij het College binnengekomen op dezelfde datum, beroep ingesteld.
Na het onderzoek ter zitting te hebben gesloten heeft de voorzitter aan partijen de beslissing en de gronden van de beslissing medegedeeld.
Beslissing: het beroep wordt ongegrond verklaard, verweerder wordt in de proceskosten ad € 874,-- veroordeeld en dient appellant het griffierecht ad € 150,-- te vergoeden.
Gronden:
- partijen zijn het erover eens dat appellant te laat bezwaar heeft gemaakt; zij verschillen alleen van mening of deze termijnoverschrijding verschoonbaar is;
- uit de jurisprudentie blijkt, dat er enige ruimte is om in geval van ziekte een termijnoverschrijding te verontschuldigen. Deze ruimte is de situatie dat degene die bezwaar maakt door ziekte niet in staat is geweest om zelfs een pro forma bezwaarschrift op te stellen en tijdig in te dienen, dan wel om dat iemand anders te laten doen;
- de overgelegde doktersverklaring is onvoldoende voor het oordeel dat zich in het geval van appellant deze situatie heeft voorgedaan;
- de voorzitter stelt vast dat verweerder appellant nadat hij beroep had ingesteld alsnog heeft gehoord. Dit heeft geleid tot het herziene besluit op bezwaar van 23 juli 2010. Aangezien in situaties waarin de belanghebbende zich beroept op de verschoonbaarheid van een termijnoverschrijding het horen van de bezwaarmaker bij uitstek lijkt aangewezen, en verweerder dit aanvankelijk achterwege heeft gelaten, ziet het College aanleiding om verweerder in de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het griffierecht te veroordelen. Deze kosten worden met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 874,-- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde van € 437,-- per punt).
w.g. R.C. Stam w.g. E. van Kerkhoven