ECLI:NL:CBB:2010:BO8147
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Berisping wegens schending onpartijdigheid en nalatigheid hoor en wederhoor door registeraccountant
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven het beroep van appellant, een registeraccountant, verworpen tegen een tuchtbeslissing van de raad van tucht. De raad van tucht had geconstateerd dat appellant niet onpartijdig had gehandeld en had nagelaten hoor en wederhoor toe te passen bij het opstellen van een rapport over de failliete vennootschap E B.V.
De klacht betrof twee onderdelen: het vermeende niet onpartijdig optreden en het ontbreken van een deugdelijke grondslag voor het rapport doordat appellant zijn bevindingen niet aan klagers had voorgelegd. Het College oordeelde dat appellant zich te zeer had laten leiden door de belangen van een schuldeiser en dat het nalaten van hoor en wederhoor een ernstige schending van de beroepsregels vormde.
Het College benadrukte dat het toepassen van hoor en wederhoor een zelfstandige verplichting is en dat appellant klagers de gelegenheid had moeten geven om te reageren alvorens het rapport aan de curator te verstrekken. De berisping werd als passend en geboden beschouwd vanwege de ernst van de overtredingen.
De uitspraak is gebaseerd op de Wet op de Registeraccountants en de Gedrags- en beroepsregels registeraccountants 1994 (artikelen 9 en 11). Het beroep werd verworpen en de berisping gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt verworpen en de berisping gehandhaafd wegens schending van onpartijdigheid en nalatigheid in hoor en wederhoor.