ECLI:NL:CBB:2010:BO2562
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- H.O. Kerkmeester
- H.S.J. Albers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van de beperking van negatieve vetcorrectie in melkquotaregeling
Appellante, een melkveehouder met een hoog referentievetgehalte, maakte bezwaar tegen de superheffing opgelegd vanwege overschrijding van het melkquotum, mede veroorzaakt door de beperking van de negatieve vetcorrectie in Europese regelgeving.
Het geschil betrof de vraag of deze beperking in strijd was met het evenredigheidsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM. Het College oordeelde dat de beperking geschikt en noodzakelijk is om het doel van de superheffingsregeling, het stabiliseren van de markt en het verminderen van overschotten, te bereiken.
De overgangsmaatregelen en de discretionaire bevoegdheid van de gemeenschapswetgever werden bevestigd, evenals het ontbreken van een schending van het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel. De maatregel werd gezien als regulering van eigendom en niet als ontneming, waarbij een fair balance werd gewaarborgd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het College zag geen reden tot het stellen van prejudiciële vragen over de geldigheid van de regelgeving.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de beperking van de negatieve vetcorrectie en de opgelegde superheffing wordt ongegrond verklaard.