ECLI:NL:CBB:2010:BO1070
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.L.W. Aerts
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.M. Smorenburg
- Rechtspraak.nl
Tuchtklacht tegen registeraccountant wegens onvoldoende rapportageperiode en onvolledige communicatie
In deze tuchtzaak is een klacht ingediend door klager, een beeldhouwer, tegen twee registeraccountants, betrokkene A en betrokkene E, vanwege een rapport van bevindingen dat onvoldoende grondslag zou hebben. Betrokkene A had een onderzoek uitgevoerd naar de administratie van de v.o.f. C, die door klager werd beschuldigd van auteursrechtinbreuk.
De Raad van Tucht verklaarde de klacht tegen betrokkene A gegrond en legde hem een schriftelijke berisping op, omdat hij zijn onderzoek had beperkt tot de periode na 1 januari 2005 zonder dit expliciet te vermelden in het rapport, terwijl de opdracht was gebaseerd op een vonnis dat niet duidelijk de onderzoeksperiode beperkte. Betrokkene E werd vrijgesproken.
Betrokkene A ging in beroep tegen de maatregel en stelde dat hij de opdracht nauwkeurig had gevolgd en dat hij geen aanleiding had om de periode uit te breiden of overleg te plegen met klager. Het College van Beroep oordeelde dat de klacht wel degelijk ook betrekking had op de onderzoeksperiode en dat betrokkene A meerdere malen gelegenheid had gehad zich te verweren.
Het College vond dat betrokkene A tekort was geschoten door niet expliciet de onderzoeksperiode te vermelden en geen inbreng van klager te hebben gezocht, waardoor het rapport een deugdelijke grondslag ontbeerde. Echter, gezien de omstandigheden en het niet opzettelijk handelen, werd de opgelegde berisping vernietigd en vervangen door een schriftelijke waarschuwing.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de berisping wordt vervangen door een schriftelijke waarschuwing wegens onvoldoende vermelding van de onderzoeksperiode in het rapport.