ECLI:NL:CBB:2010:BN4993
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij niet-opgave van toeslagrechten in bedrijfstoeslagaanvraag
Appellante had in haar aanvraag voor bedrijfstoeslag 2008 per abuis haar grootste perceel van 11,50 hectare niet opgegeven voor toeslaguitbetaling, waardoor zij een deel van haar toeslagrechten niet verzilverde. Zij stelde dat verweerder haar had moeten waarschuwen en dat sprake was van een kennelijke fout in de zin van artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004.
Verweerder stelde dat geen kennelijke fout was gemaakt omdat het verschil tussen aangevraagde en maximale toeslagrechten niet zodanig was dat dit bij een summier onderzoek direct had moeten opvallen. Bovendien staat het een landbouwer vrij om niet alle toeslagrechten te laten uitbetalen.
Het College overwoog dat alleen bij een kennelijke fout in de zin van artikel 19 van Pro de genoemde verordening herstel mogelijk is. Het hanteert de criteria van de Europese Commissie dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als bij ontvangst van de aanvraag duidelijk was dat deze niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. In dit geval was het niet aannemelijk dat appellante een vergissing had gemaakt, mede omdat zij zes van de zeven percelen had opgegeven en er geen aanwijzingen waren dat zij het perceel bewust niet had opgegeven.
Het College concludeerde dat het de verantwoordelijkheid van de aanvrager is om de aanvraag correct in te vullen en dat verweerder niet verplicht is om de aanvrager te wijzen op mogelijke fouten of alternatieve invullingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout.