ECLI:NL:CBB:2010:BN4381
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij gedeeltelijke aanvraag bedrijfstoeslag 2008
Appellante, een melkveebedrijf, had voor het jaar 2008 een bedrijfstoeslag aangevraagd waarbij zij slechts een deel van haar toeslagrechten wilde verzilveren. Verweerder wees een verzoek tot wijziging van deze aanvraag af omdat het verzoek na de sluitingstermijn was ingediend en er geen sprake was van een kennelijke fout in de zin van artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004.
Het College overwoog dat alleen bij een kennelijke fout, die bij een summier onderzoek direct opvalt en redelijkerwijs uitgesloten is dat de aanvraag conform de bedoeling van de aanvrager is ingevuld, een wijziging mogelijk is. Appellante stelde dat er sprake was van een kennelijke fout door een gebrek in de programmatuur en onjuiste automatische overname van gegevens, maar het College vond dit onvoldoende onderbouwd.
Verder stelde het College dat het niet aan verweerder is om zich te verdiepen in de motieven van de aanvrager om niet alle toeslagrechten te verzilveren. Het feit dat appellante slechts 82% van haar toeslagrechten verzilverde, was niet zodanig afwijkend dat het een kennelijke fout kon zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot afwijzing van de wijziging van de bedrijfstoeslag 2008 wordt ongegrond verklaard.