ECLI:NL:CBB:2010:BM6074
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing wijzigingsverzoek bedrijfstoeslag wegens geen kennelijke fout
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw om zijn bezwaar tegen de vaststelling van de bedrijfstoeslag 2008 ongegrond te verklaren. De kern van het geschil betrof een vermeende vergissing in de oppervlaktegegevens van twee percelen grasland die appellant had opgegeven voor toeslagrechten. Appellant had de oppervlaktes van perceel 2 en 3 per abuis omgewisseld en verzocht om wijziging van de aanvraag na de wettelijke indieningstermijn.
De Minister wees dit verzoek af omdat het na de uiterste indieningstermijn was ingediend en niet kon worden aangemerkt als een kennelijke fout zoals bedoeld in de relevante Europese verordening. Het College overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als er sprake is van een duidelijke tegenstrijdigheid in de aanvraag die wijst op een vergissing, en dat een summier onderzoek door de controleur dit had moeten aantonen. Dit was niet het geval omdat de opgegeven en ingetekende oppervlaktes niet zodanig afweken dat een fout evident was.
Verder stelde appellant dat de opgelegde sanctie disproportioneel was, maar het College bevestigde dat de sanctie conform het Europese sanctiestelsel correct was opgelegd en niet in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het wijzigingsverzoek niet toe te staan wegens het ontbreken van een kennelijke fout is ongegrond verklaard.