ECLI:NL:CBB:2010:BM1599
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- E.J.M. Heijs
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Geen kennelijke fout bij niet volledig opgegeven toeslagrechten in GLB-inkomenssteun 2006
Appellante, een maatschap, had beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw waarin de bedrijfstoeslag 2007 was vastgesteld na aftrek van modulatiekorting. Zij stelde dat zij per abuis niet had aangegeven dat twee percelen gebruikt zouden worden voor toeslagrechten, waardoor 10,73 toeslagrechten onbenut bleven. Zij voerde aan dat dit een kennelijke fout betrof in de zin van artikel 19 van Pro Verordening (EG) nr. 796/2004 en dat zij geen gelegenheid kreeg deze fout te herstellen.
Verweerder stelde dat er geen kennelijke fout was omdat er geen tegenstrijdigheid in de aanvraag was die direct opviel bij een summier onderzoek. Het College overwoog dat een kennelijke fout alleen kan worden aangenomen als bij een summier onderzoek duidelijk is dat de aanvraag niet overeenkomt met de bedoeling van de aanvrager. Daarbij is het niet de taak van verweerder om de motieven van de aanvrager te onderzoeken.
Het College concludeerde dat appellante slechts een beperkt deel van haar toeslagrechten niet had aangevraagd en dat dit verschil niet groot genoeg was om bij een summier onderzoek direct op te vallen. Ook waren er geen bijzondere omstandigheden die een andere conclusie rechtvaardigden. Daarom was er geen sprake van een kennelijke fout en werd het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een kennelijke fout in de toeslagaanvraag.