ECLI:NL:CBB:2009:BL4487
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens niet-naleving vervoersbewijs Meststoffenwet
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een last onder dwangsom opgelegd door de Minister van Landbouw vanwege het niet correct opmaken van een vervoersbewijs voor dierlijke meststoffen op 8 januari 2007. De overtreding betrof het niet naar waarheid invullen van het vervoersbewijs en het ontbreken van een vervoersbewijs voor het eerste deel van het transport.
Verweerder stelde dat appellante bewust de regels overtrad en dat er een klaarblijkelijk gevaar bestond dat de overtreding zich zou herhalen, mede gelet op een tweede overtreding in februari 2007. Appellante voerde aan dat de last gebaseerd was op een enkel incident en dat gewijzigde Europese regelgeving het risico op herhaling had weggenomen.
Het College oordeelde dat de overtreding vaststaat en dat de handelswijze van appellante niet voldeed aan de geldende eisen voor gesplitst of verlengd vervoer. Het klaarblijkelijk gevaar voor herhaling werd bevestigd, waarbij ook de gewijzigde regelgeving onvoldoende reden gaf om de last te beëindigen. Het belang van het vervoersbewijs als toezichtinstrument werd benadrukt.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en handhaafde het de last onder dwangsom. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom wordt gehandhaafd.