ECLI:NL:CBB:2009:BK5138
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen vaststelling toeslagrechten GLB-inkomenssteun 2006 afgewezen
Appellant stelde beroep in tegen het besluit van de Minister van Landbouw waarin de toeslagrechten voor de productgroep runderen werden vastgesteld. De kern van het geschil betrof de vraag of de door de Minister erkende overmachtssituatie in 2000 en 2001 ook gold voor het referentiejaar 2002, zodat een alternatieve referentieperiode (1997-1999) toegepast zou moeten worden.
Het College stelde vast dat de productie in 2002 aanzienlijk was gestegen ten opzichte van 2000 en 2001, en dat er geen nadelige beïnvloeding van de subsidiabele productie in 2002 was. De door appellant aangevoerde omstandigheden, waaronder faillissement, beslaglegging, gezondheidsproblemen en de MKZ-crisis, werden niet voldoende onderbouwd om overmacht in 2002 aan te tonen.
Op grond van vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie moet overmacht bestaan uit abnormale, onvoorziene omstandigheden die niet vermeden konden worden ondanks alle mogelijke voorzorgen. Het College concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij in 2002 niet in staat was om zijn productie te herstellen.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de vaststelling van toeslagrechten wordt ongegrond verklaard.