ECLI:NL:CBB:2009:BK3470
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering zoogkoeienpremie op grond van Regeling GLB-inkomenssteun
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit om zoogkoeienpremie voor het jaar 2005 te weigeren voor een rund met een specifieke ID-code. De weigering was gebaseerd op het feit dat één van de kalveren binnen vier maanden na geboorte van het bedrijf was afgevoerd zonder dat de moederkoe dit kalf volgde, waardoor niet aan de zoognorm werd voldaan.
Het geschil spitst zich toe op de uitleg van artikel 88 van Pro de Regeling GLB-inkomenssteun, waarin is bepaald dat alle kalveren die binnen de relevante periode zijn geboren, aan de zoognorm moeten voldoen om premie te kunnen ontvangen. Appellant stelde dat het voldoende was dat slechts één kalf aan de zoognorm voldeed, en verwees naar eerdere gevallen waarin vermeend onjuiste premie was verleend.
Het College oordeelt dat de tekst van de regeling duidelijk vereist dat alle kalveren aan de zoognorm moeten voldoen en dat de eerdere vermeende onjuiste toepassing door verweerder geen grond is om de huidige weigering onrechtmatig te achten. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van zoogkoeienpremie wordt ongegrond verklaard.