ECLI:NL:CBB:2009:BK2037
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bedrijfstoeslag wegens te late indiening ondanks betwisting tijdige ontvangst
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit dat zijn aanvraag voor uitbetaling van bedrijfstoeslag over 2008 afwees wegens te late indiening. De aanvraag werd op 12 juni 2008 ontvangen, terwijl de uiterste datum 9 juni 2008 was. Appellant stelde dat hij de aanvraag op 8 mei 2008 per post had verzonden en verweerde zich met een beroep op overmacht vanwege mogelijke postvertraging.
Het College overwoog dat volgens vaste jurisprudentie de datum van ontvangst bij de bevoegde autoriteit bepalend is voor tijdige indiening. Het risico van vertraagde ontvangst ligt bij de aanvrager. Verweerder kon niet aantonen dat er sprake was van postproblemen en de enveloppe met poststempel was niet meer beschikbaar. Het College achtte de ontvangst op 12 juni 2008 aannemelijk en concludeerde dat de aanvraag te laat was.
Het beroep op overmacht faalde omdat een incidentele postvertraging niet als overmacht wordt beschouwd en het verzenden per gewone post een bewuste keuze van appellant was. Ook de stelling dat verweerder appellant tijdig had moeten informeren over het ontbreken van ontvangst werd verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de bedrijfstoeslagaanvraag wegens te late ontvangst wordt ongegrond verklaard.