ECLI:NL:CBB:2009:BK1721
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over zoogkoeienpremie wegens schending hoorplicht
Appellant stelde beroep in tegen besluiten van de Minister van Landbouw inzake de toekenning en terugvordering van zoogkoeienpremies over 2002 en 2003. De kern van het geschil betrof de beoordeling of bepaalde runderen voldeden aan de afkalfnorm en of vervangingen tijdig en correct waren gemeld.
Het College oordeelde dat drie runderen niet aan de afkalfnorm voldeden omdat zij niet hadden gekalfd in het relevante jaar en dat appellant deze dieren niet tijdig had vervangen. Ook werd vastgesteld dat een vervangingskaart voor een rund niet was ontvangen door verweerder, waardoor dit rund ook niet premiewaardig was. Appellant had aangevoerd dat hij de vervanging correct had gemeld en dat hij niet wist dat de afkalfnorm zou worden verruimd.
Het College stelde vast dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de vervangingskaart was ontvangen en dat het risico van het niet voldoen aan de voorwaarden voor zijn rekening kwam. Wel oordeelde het College dat appellant ten onrechte niet was gehoord, wat een schending van de hoorplicht opleverde. Daarom werd het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd vanwege schending van de hoorplicht, met in stand laten van de rechtsgevolgen.