ECLI:NL:CBB:2009:BJ9327
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.R. Eggeraat
- E. Dijt
- B. Hessel
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing verval taxivergunning bij niet-aanvang activiteiten
Appellant, handelend onder de naam Taxibedrijf A, kreeg in 2004 een vergunning voor taxivervoer. Verweerder stelde in 2007 dat appellant zijn activiteiten had beëindigd, waardoor de vergunning van rechtswege was vervallen. Appellant maakte bezwaar tegen deze stelling en stelde dat hij zijn werkzaamheden nog niet was begonnen, zodat geen sprake was van beëindiging.
Het College oordeelde dat het van rechtswege vervallen van een vergunning strikt moet worden uitgelegd en dat het niet begonnen zijn met de activiteiten niet gelijkstaat aan beëindiging. De brief van 27 augustus 2007 waarin verweerder stelde dat de vergunning was vervallen, werd aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb.
Het bezwaar van appellant was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. Het College verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk was, wordt vernietigd.