ECLI:NL:CBB:2009:BJ8830
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen buiten behandeling stellen van energie-investeringsaftrekaanvragen wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante, een onderneming gevestigd te Warmenhuizen, diende twee aanvragen in voor energie-investeringsaftrek (EIA) op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001. Verweerder verzocht meerdere malen om aanvullende gegevens, maar deze werden niet binnen de gestelde termijnen aangeleverd. Verweerder stelde de aanvragen daarom buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Appellante voerde aan dat de termijnen te kort waren en dat ziekte van een gemachtigde de vertraging veroorzaakte, maar het College oordeelde dat de termijnen redelijk waren en dat appellante niet tijdig had gemeld dat de termijnen te kort waren. Bovendien waren de contactpersonen van appellante geen adviseurs in de zin van de Awb, zodat de termijnen uit de Awb niet van toepassing waren.
Het College overwoog verder dat het niet indienen van de gevraagde gegevens tijdig en het niet nakomen van de termijnen terecht leidde tot het buiten behandeling stellen van de aanvragen. Ook het feit dat appellante na afloop van de termijnen alsnog gegevens overlegde, maakte dit niet anders. Het belang van een ordentelijke en voortvarende administratieve afhandeling rechtvaardigde het besluit van verweerder.
Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het buiten behandeling stellen van de EIA-aanvragen wordt ongegrond verklaard.