ECLI:NL:CBB:2009:BJ8829
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- M.J. Kuiper
- Rechtspraak.nl
College van Beroep voor het bedrijfsleven bevestigt buiten behandeling stellen van EIA-aanvragen wegens niet tijdig aanleveren gegevens
Appellante, een bedrijf gevestigd te Warmenhuizen, diende drie aanvragen in voor energie-investeringsaftrek (EIA) bij de Minister van Economische Zaken. Verweerder stelde de aanvragen buiten behandeling omdat appellante niet binnen de gestelde termijnen de gevraagde aanvullende informatie had verstrekt. Appellante voerde aan dat de termijnen te kort waren, mede door ziekte van haar gemachtigde, en dat de aanvragen alsnog in behandeling genomen moesten worden.
Het College overwoog dat appellante niet betwistte dat de aanvankelijke gegevens onvoldoende waren en dat verweerder redelijke termijnen had gesteld om aanvullende informatie te leveren. De telefonische toezegging dat drie weken ruim voldoende was, en het verzuim om tijdig te reageren, maakten dat appellante niet kon klagen over de termijnstelling. De aangevoerde bepalingen over adviseurs waren niet van toepassing, omdat de contactpersonen niet als adviseur in de zin van de Awb konden worden aangemerkt.
Verder oordeelde het College dat het niet tijdig aanleveren van gegevens door de gemachtigde aan appellante moest worden toegerekend. Het feit dat appellante later alsnog informatie overlegde in bezwaar, maakte niet dat de aanvragen alsnog in behandeling genomen hoefden te worden. Verweerder mocht een strikte uitvoeringspraktijk hanteren vanwege het grote aantal aanvragen en het belang van ordelijke administratieve verwerking. De beroepen werden daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De beroepen van appellante tegen het buiten behandeling stellen van haar EIA-aanvragen worden ongegrond verklaard.