ECLI:NL:CBB:2009:BJ6462
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen terugvordering runderpremies wegens niet tijdige melding zoogkoeienpremie afgewezen
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit waarin bezwaren tegen terugvordering van runderpremies over 2002 deels werden afgewezen. De terugvordering betrof €1.676,15 vanwege niet voldoen aan voorwaarden voor zoogkoeienpremie, met name het niet tijdig melden van verplaatsingen.
Appellante voerde aan dat wijziging van de subsidie niet toegestaan was op grond van artikel 4:49 Awb Pro, omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren ontdekt. Tevens stelde zij dat de verplichte melding voorafgaand aan verplaatsing in de praktijk niet werkbaar is en dat zij conform de bedoeling van de regeling had gehandeld.
Het College oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat appellante niet tijdig de melding had gedaan en dat de terugvordering voortvloeit uit een directe verplichting uit Europees recht (Verordening (EG) nr. 2419/2001). Nationale regels kunnen deze verplichting niet beperken. Het beroep op artikel 4:49 Awb Pro faalt daarom. Het beroep wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de terugvordering van runderpremies wordt ongegrond verklaard.