ECLI:NL:CBB:2009:BI6228
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over last onder dwangsom inzake GPS-uitrusting bij mesttransport
Appellant, bestuurder van een Pools bedrijf, werd een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet uitrusten van een transportmiddel met verplichte satellietvolgapparatuur tijdens het vervoer van drijfmest. De overtreding werd vastgesteld door toezichthouders van de Algemene Inspectiedienst, die constateerden dat het voertuig niet was uitgerust met de vereiste GPS-apparatuur en dat er mest werd vervoerd.
Appellant voerde aan dat het vervoer een intern transport betrof en dat de mest een verwerkte vaste meststof was, waarvoor volgens hem een uitzondering op de GPS-verplichting geldt. Ook stelde hij dat het geen mest, maar spoelwater betrof, en dat hij niet correct in de gelegenheid was gesteld zijn zienswijze te geven. Verweerder handhaafde de last onder dwangsom en stelde dat appellant als feitelijk leidinggevende en enige werknemer van de Nederlandse vestiging verantwoordelijk is.
Het College oordeelt dat de overtreding vaststaat, dat appellant terecht als overtreder is aangemerkt, en dat de uitzondering voor verwerkte vaste meststoffen niet van toepassing is omdat de mest vloeibaar was en niet bij een erkende inrichting was geladen. Het gebrek in de procedure van het horen is niet schadelijk voor appellant. De hoogte van de dwangsom is proportioneel en passend bij het beschermde belang van milieubescherming en transparantie in mesttransport. Het beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het niet gebruiken van GPS-apparatuur bij het vervoer van drijfmest wordt ongegrond verklaard.