ECLI:NL:CBB:2009:BI6201
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke handhaving van AGR-apparatuurverplichting bij vervoer dierlijke meststoffen
Appellant, bestuurder van een Pools bedrijf, voerde beroep aan tegen een last onder dwangsom opgelegd door de Minister van Landbouw wegens het vervoeren van drijfmest zonder de wettelijk vereiste AGR-apparatuur op het transportmiddel. De overtreding werd vastgesteld tijdens een controle op 13 maart 2007.
Verweerder stelde dat appellant als feitelijk leidinggevende en enige werknemer van de Nederlandse vestiging verantwoordelijk was en dat de last terecht aan hem was opgelegd. Appellant betwistte dit en voerde aan dat sprake was van intern transport vanuit gehuurde silo's, waardoor de AGR-verplichting niet zou gelden. Tevens stelde appellant dat de mest afkomstig was van een erkend technisch bedrijf en onder de uitzondering van de Regeling viel.
Het College oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vervoer intern was en dat de huurovereenkomst niet voldeed aan de vereisten. De mest werd niet overgebracht uit Nederland maar binnen Nederland gelost, waardoor de uitzondering niet van toepassing was. Het College bevestigde dat appellant als feitelijk overtreder kon worden aangemerkt en dat het opleggen van de last onder dwangsom proportioneel en rechtmatig was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de last onder dwangsom gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom gehandhaafd.