ECLI:NL:CBB:2009:BI4283
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- W.E. Doolaard
- C.M. Wolters
- S.C. Stuldreher
- Rechtspraak.nl
Beoordeling belanghebberschap en ontvankelijkheid bij besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur
Het geschil betreft het hoger beroep van NS Groep (NSG) en NS Reizigers (NSR) tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan belanghebberschap en termijnoverschrijding. NSG had bezwaar gemaakt tegen een besluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) dat ProRail verplichtte te onderhandelen over de gebruiksvergoeding voor de hoofdspoorweginfrastructuur.
NSG stelde dat zij als concessiehouder en enig aandeelhouder van NSR en andere dochterondernemingen gerechtvaardigde belangen had bij het besluit en dat NSR tijdig bezwaar had gemaakt. NMa en Railion voerden aan dat NSG en NSR zelfstandige rechtspersonen zijn en dat NSG geen belanghebbende was, terwijl NSR haar beroep te laat had ingediend.
Het College oordeelde dat het hoger beroep van NSR ontvankelijk was, maar dat NSR niet tijdig bezwaar had gemaakt. Voorts stelde het College vast dat NSG geen belanghebbende was omdat haar belangen niet rechtstreeks bij het besluit waren betrokken en zij niet namens NSR bezwaar had gemaakt. Het College bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van NS Groep en NS Reizigers wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.