ECLI:NL:CBB:2009:BI1677
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Handhaving last onder dwangsom wegens illegaal taxivervoer zonder vergunning
Appellant werd betrapt op het verrichten van taxivervoer zonder de vereiste vergunning, wat verboden is volgens artikel 4, tweede lid, van de Wet personenvervoer 2000. Op 16 december 2007 boden opsporingsambtenaren zich aan als passagiers en appellant bood aan hen tegen betaling naar Oss te vervoeren. Dit werd vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen.
Verweerder legde appellant een last onder dwangsom op om herhaling van deze overtreding te voorkomen. Appellant voerde aan dat hij geen commerciële taxidiensten verleende en niet van plan was de wet te overtreden, maar deze stellingen werden niet gemotiveerd en stonden haaks op het proces-verbaal.
Het College oordeelt dat het proces-verbaal voldoende bewijs levert en dat verweerder terecht heeft gehandhaafd op de last onder dwangsom. Er is een klaarblijkelijk gevaar dat appellant opnieuw zonder vergunning taxivervoer zal verrichten, mede omdat hij zelf aangaf een 'snoorder' te zijn en kennelijk een gewoonte maakte van het illegaal vervoeren.
De last onder dwangsom is proportioneel en noodzakelijk ter bescherming van de economische ordening en het voorkomen van oneerlijke concurrentie. Het beroep van appellant wordt daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de last onder dwangsom wegens illegaal taxivervoer wordt ongegrond verklaard.