ECLI:NL:CBB:2009:BI0945
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- E.J.M. Heijs
- M. Munsterman
- F.H.M. Possen
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en rechtmatigheid van heffing broedeieren ten behoeve van veeziektenfonds na vogelgriepuitbraak
Appellante, een broederijonderneming, stelde beroep in tegen een besluit van het Productschap Pluimvee en Eieren waarin heffingen werden opgelegd voor broedeieren in 2004 ten behoeve van het veeziektenfonds. De heffing was gebaseerd op een verordening die na de uitbraak van vogelgriep in 2003 werd vastgesteld met terugwerkende kracht tot 1 januari 2004.
Het geschil betrof de rechtmatigheid van de heffing en de terugwerkende kracht ervan, waarbij appellante stelde dat zij onterecht werd belast terwijl zij geen schadevergoeding ontving. Het College oordeelde dat het beroep terecht was omdat het bestreden besluit onjuist was omdat het niet de rechtmatigheid van de verordening toetste. De heffing was echter rechtmatig opgelegd, gelet op het convenant uit 2000 en de communicatie over de heffing.
Het College verwierp het beroep op schending van het rechtszekerheidsbeginsel en het verbod van willekeur. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit bleven in stand. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en verweerder wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding.