ECLI:NL:CBB:2009:BH3810
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- C.J. Borman
- F. Stuurop
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergoeding voor onjuist vastgestelde speciale bijdrage binnenvaartvloot
Appellante, V.O.F. Hego, stelde beroep in tegen een besluit van de minister van Verkeer en Waterstaat waarin bezwaar werd afgewezen tegen een eerder besluit over de vaststelling van een speciale bijdrage op grond van de Wet capaciteitsbeheersing binnenvaartvloot. De kern van het geschil betrof de vergoeding voor te veel aangekochte slooptonnage als gevolg van een onjuiste vaststelling van die speciale bijdrage.
Het College hanteert als uitgangspunt dat vergoeding verschuldigd is voor het teveel aangekochte slooptonnage, berekend tegen de betaalde prijs exclusief BTW, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van aankoop tot volledige voldoening. De minister had een bedrag in mindering gebracht wegens een fiscaal voordeel in de vorm van investeringsaftrek, maar heeft dit standpunt na een arrest van de Hoge Raad gewijzigd en stelt nu een afschrijving over 15 jaar als fiscaal voordeel.
Appellante betwist de aftrek van dit fiscale voordeel en wijst op mogelijk fiscaal nadeel door heffing over de vergoeding. Het College constateert dat de minister onvoldoende heeft toegelicht hoe het fiscale voordeel en nadeel in de vergoeding worden verwerkt en draagt hem op dit alsnog te doen.
Het College concludeert dat appellante 358,222 slooptonnen te veel heeft aangekocht tegen een prijs van €113,20 per ton, en dat de vergoeding inclusief rente berekend dient te worden, met verrekening van het fiscale voordeel. Het bestreden besluit wordt vernietigd, het beroep gegrond verklaard en de minister veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de minister veroordeeld tot vergoeding van te veel aangekochte slooptonnage met rente en proceskosten.