ECLI:NL:CBB:2009:BH2677
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Voorlopige voorziening
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen tariefbeschikking farmaceutische zorg 2009
Verzoekster, de Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie, maakte bezwaar tegen de tariefbeschikking van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) die de maximale vergoedingen voor apotheekhoudenden per receptregel vaststelde. De NZa baseerde haar tariefstelling op onderzoek van ConQuaestor/Significant en extrapolaties met betrekking tot praktijkkosten en inkoopvoordelen, rekening houdend met het preferentiebeleid.
Verzoekster stelde dat het tarief niet kostendekkend is en dat veel apotheken verlies lijden, mede door een sterke afname van inkoopvoordelen sinds de invoering van het individuele preferentiebeleid. Zij vorderde een hoger tarief of schorsing van de clawbackkorting. De NZa betoogde dat het tarief redelijk is, dat flexibilisering via contracten met zorgverzekeraars mogelijk is en dat de continuïteit van farmaceutische zorg niet wordt bedreigd.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het financiële belang van verzoekster onvoldoende spoedeisend is en dat de NZa haar tariefstelling op redelijke aannames heeft gebaseerd. De door verzoekster aangevoerde bezwaren zijn onvoldoende onderbouwd om de tariefbeschikking onrechtmatig te achten. Ook is geen concrete bedreiging van de continuïteit van apotheken aangetoond.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De procedurekosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de tariefbeschikking van de NZa wordt afgewezen.