ECLI:NL:CBB:2009:BH0994
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- C.M. Wolters
- H.O. Kerkmeester
- M. Munsterman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en bevoegdheid heffing fonds voedselveiligheid vee- en vleessector
Appellante heeft beroep ingesteld tegen meerdere besluiten van het Productschap Vee en Vlees waarin heffingen zijn opgelegd op grond van de Verordening bestemmingsheffing fonds voedselveiligheid vee- en vleessector 2006 en 2007. Zij betwist de rechtmatigheid van deze heffingen onder meer vanwege vermeende schending van Europese regelgeving, het ontbreken van ministeriële goedkeuring door alle betrokken ministers, strijd met het eigendomsrecht en het rechtszekerheidsbeginsel door terugwerkende kracht, en het ontbreken van een juiste grondslag in de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wbo).
Het College overweegt dat de heffingen zijn goedgekeurd door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en dat de afspraken tussen ministers voldoende grondslag bieden voor deze goedkeuring. De terugwerkende kracht van artikel 128a Wbo is niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De heffingen zijn niet gebaseerd op de Europese Richtlijn inzake veterinaire controles, maar op vrijwillige afspraken binnen de sector ter financiering van transitiekosten bij de reorganisatie van de vleeskeuring.
Verder oordeelt het College dat er geen sprake is van verboden staatssteun, omdat de heffingen niet met staatsmiddelen worden bekostigd en geen voordeel aan ondernemingen verschaffen. De heffingen zijn ook niet in strijd met de Gemeenschappelijke Marktordening (GMO)-verordeningen of het verbod op heffingen van gelijke werking binnen de EU. De heffingen zijn opgelegd in het algemeen belang en binnen de bevoegdheid van het Productschap. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de heffingsverordeningen wordt ongegrond verklaard.