ECLI:NL:CBB:2008:BH2581
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing energie-investeringsaftrek voor nieuwe scheepsmotor
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Economische Zaken waarin het bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag voor energie-investeringsaftrek (EIA) werd ongegrond verklaard. De aanvraag betrof een investering in een nieuwe voortstuwingsmotor voor een binnenvaartschip. Verweerder stelde dat de investering niet voldeed aan de vereiste energiebesparing van minimaal 0,4 Nm³ aardgasequivalent per geïnvesteerde euro.
Verweerder baseerde zijn beoordeling op het historisch energieverbruik van de oude motor, berekend aan de hand van bunkergegevens en draaiuren, en vergeleek dit met een schatting van het energieverbruik van de nieuwe motor op basis van testgegevens van de fabrikant. Praktijkcijfers van de nieuwe motor werden niet meegenomen vanwege variabelen zoals vaarsnelheid en beladingsgraad die het verbruik beïnvloeden.
Appellant voerde aan dat de daadwerkelijke praktijkcijfers van de nieuwe motor gebruikt hadden moeten worden, waarmee volgens hem de besparing wel aan de eis voldeed. Het College oordeelde echter dat verweerder terecht uitging van de schatting op basis van testprotocollen en dat de door appellant aangevoerde variabelen onvoldoende waren weerlegd. Ook was de korte periode van beschikbare praktijkgegevens onvoldoende betrouwbaar.
Het College concludeerde dat het bestreden besluit tot afwijzing van de EIA-verklaring op goede gronden is gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond. Een vergoeding van proceskosten werd niet toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de energie-investeringsaftrek voor de nieuwe scheepsmotor is ongegrond verklaard.