ECLI:NL:CBB:2008:BG9594
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- E.R. Eggeraat
- M.A. van der Ham
- M. van Duuren
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing energie-investeringsaftrek voor nieuwe scheepsmotor
Appellanten hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister van Economische Zaken die hun aanvragen voor energie-investeringsaftrek (EIA) voor de hermotorisatie van een binnenvaartschip hebben afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het oordeel dat de investering niet voldeed aan de vereiste energiebesparing van ten minste 0,4 Nm³ aardgasequivalent per jaar per geïnvesteerde euro.
Verweerder had het historisch energieverbruik van de oude motor vastgesteld op basis van bunkergegevens en draaiuren, en het energieverbruik van de nieuwe motor geschat aan de hand van testprotocollen van de fabrikant. Appellanten betwistten deze methode en stelden dat praktijkcijfers van het nieuwe motorverbruik gebruikt hadden moeten worden.
Het College oordeelde dat verweerder terecht was uitgegaan van een schatting op basis van testprotocollen vanwege variabelen zoals vaargedrag en omstandigheden die het verbruik beïnvloeden. De praktijkcijfers waren onvoldoende representatief en niet vergelijkbaar met de referentiesituatie. Ook was het niet aannemelijk dat het brandstofverbruik van de oude motor met 36% hoger lag dan volgens testprotocollen, zoals verweerder had berekend.
Daarmee was de afwijzing van de EIA-aanvragen op goede gronden gebaseerd en waren de beroepen ongegrond. Het College zag geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van de aanvragen energie-investeringsaftrek worden ongegrond verklaard.