ECLI:NL:CBB:2008:BG3834
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Proceskostenveroordeling
- W.E. Doolaard
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- H.O. Kerkmeester
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over aansluittarief en netcapaciteit windpark
Appellante, Windpark Zeeland I B.V., wilde haar bestaande windturbines vervangen door drie nieuwe met een totaal vermogen van 9 MVA en vroeg Delta om aansluiting op het dichtstbijzijnde netpunt nabij Jacobahaven tegen een verwacht tarief van circa €220.000. Delta bood aan de aansluiting te realiseren op een netpunt ruim 19 kilometer verderop tegen circa €3.300.000, wat leidde tot een geschil over de aansluitkosten.
Verweerder verklaarde de klacht van appellante ongegrond, stellende dat de gevraagde aansluiting niet als standaardaansluiting kon worden aangemerkt en dat de netbeheerder niet verplicht is tot kostbare netaanpassingen. Verweerder baseerde zich daarbij op artikel 27, tweede lid, aanhef en onder a, van de Elektriciteitswet 1998 en het kostenveroorzakingsbeginsel.
Het College oordeelt dat artikel 27, tweede lid, aanhef en onder d, EW’98, dat een recht op aansluiting op het dichtstbijzijnde punt in het net voor aansluitingen tot 10 MVA geeft, voorrang heeft boven het kostenveroorzakingsbeginsel. Dit geldt met name voor kleine windparken tot 10 MVA, waarvoor de wetgever bewust heeft afgeweken van het kostenveroorzakingsbeginsel om duurzame elektriciteitsproductie te stimuleren.
Het College vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op opnieuw te beslissen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt het College verweerder in de proceskosten van appellante en wijst de Staat der Nederlanden aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.