ECLI:NL:CBB:2008:BD2411
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- M.A. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over vervallen pluimveerechten wegens niet-naleving huisvestingseis
Appellante, een maatschap, had voorwaardelijke pluimveerechten toegekend gekregen op grond van de Meststoffenwet, mits zij aan de huisvestingseisen zou voldoen. Zij heeft echter niet tijdig de vereiste staluitbreiding gerealiseerd en heeft het formulier 'Verklaring voorwaardelijke pluimveerechten' niet ingediend. Hierdoor vervielen haar voorwaardelijke pluimveerechten.
Verweerder heeft het bezwaar van appellante tegen het vervallen van deze rechten ongegrond verklaard en haar verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellante stelde dat zij door onjuiste informatie van verweerder en diens medewerkers gerechtvaardigd vertrouwen had gekregen dat zij over definitieve pluimveerechten beschikte, waardoor zij schade leed bij het niet kunnen leveren van verkochte rechten.
Het College oordeelt dat appellante bekend was met het voorwaardelijke karakter van haar rechten en dat de niet-naleving van de huisvestingseis duidelijk was. Het bedrijfsoverzicht van 21 januari 2006 en de telefonische informatie van het LNV-loket konden geen gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat zij definitieve rechten had. Het beroep tegen het besluit van 25 september 2007 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 22 februari 2007 niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het vervallen van de pluimveerechten wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het eerdere besluit niet-ontvankelijk.