ECLI:NL:CBB:2008:BC6104
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing last onder dwangsom wegens illegaal gebruik radiozendapparaat
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een last onder dwangsom opgelegd aan A wegens het zonder vergunning gebruiken van frequentieruimte met een radiozendapparaat op zijn perceel. De minister van Economische Zaken had deze sanctie opgelegd na constatering door een opsporingsambtenaar dat op of nabij het perceel van A illegaal werd uitgezonden.
A voerde aan dat hij niet de overtreder was, dat de apparatuur eigendom was van zijn achterbuurman D en dat hij geen zeggenschap had over de uitzending. De rechtbank Rotterdam oordeelde echter dat A als hoofdbewoner en functioneel dader kon worden aangemerkt en vernietigde het besluit van de minister wegens onvoldoende motivering over het sanctiebeleid.
In hoger beroep stelde het College vast dat het bewijs, met name het proces-verbaal van de opsporingsambtenaar, voldoende was en dat de betwisting door A niet geloofwaardig was. Het College oordeelde dat A de machtssfeer had over de zender en de uitzending kon beëindigen. Tevens was het sanctiebeleid van de minister voldoende inzichtelijk gemaakt. Het College vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van A ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van A tegen de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.