ECLI:NL:CBB:2008:BC3415
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Verwayen
- J.L.W. Aerts
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Tuchtklacht gegrond verklaard wegens ontbreken hoor en wederhoor bij accountantsrapport over faillissementsonderzoek
In deze tuchtzaak staat het handelen van twee registeraccountants centraal die in opdracht van een curator een rapport hebben opgesteld over transacties in de boekjaren 2001 en 2002 van een failliete vennootschap. Het rapport bevatte oordelen over benadeling van de faillissementscrediteuren en mogelijke fraude, zonder dat hoor en wederhoor was toegepast bij de directie en betrokkenen.
De klacht werd ingediend door een adviseur die in het rapport als mogelijke tegenpartij werd genoemd. De Raad van Tucht stelde vast dat het rapport oordelen bevatte die direct betrekking hadden op het functioneren van de directie en klager, en dat het nalaten van hoor en wederhoor een ernstige schending van artikel 11 van Pro de Gedrags- en beroepsregels voor registeraccountants 1994 betekende.
Het College van Beroep bevestigde dat hoor en wederhoor niet altijd vereist is, maar in dit geval wel noodzakelijk was vanwege de aard van de oordelen en het gebruik van het rapport in juridische procedures. Het beroep van de accountants werd verworpen en de schriftelijke berisping gehandhaafd als passende maatregel.
Uitkomst: Het beroep van de registeraccountants wordt verworpen en de schriftelijke berisping gehandhaafd wegens het ontbreken van hoor en wederhoor.