ECLI:NL:CBB:2007:BC1352
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- W.E. Doolaard
- E.J.M. Heijs
- H.A.B. van Dorst-Tatomir
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over EG-steunverlening akkerbouwgewassen en subsidiabele oppervlakten
Appellante heeft beroep ingesteld tegen een besluit van de Minister van Landbouw inzake de subsidiabele oppervlakten voor akkerbouwgewassen over het jaar 2004. Het geschil betreft met name de subsidiabiliteit van twee percelen maïs, perceel 6 en perceel 15, waarvan de oppervlakte deels niet voldeed aan de definitie van akkerland volgens de Regeling.
Verweerder stelde vast dat perceel 6 en 15 in de referentieperiode 1987-1991 als blijvend grasland waren gebruikt, waardoor deze niet subsidiabel zijn als akkerland. Appellante voerde aan dat zij perceel 6 mocht opnemen op basis van een eerdere brief en dat perceel 15 als vervangende grond in aanmerking kwam. Het College oordeelde dat de definitie van akkerland per 31 december 1991 bepalend is en dat voor perceel 6 geen subsidie kan worden toegekend omdat het al vóór die datum in gebruik was. Voor perceel 15 werd subsidie toegekend omdat het als vervangende grond voldeed aan de voorwaarden.
Het College concludeerde dat de informatie van verweerder uit 2003 niet zodanig misleidend was dat dit de besluitvorming beïnvloedde. Ook was appellante voldoende in de gelegenheid gesteld haar bezwaren toe te lichten. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het subsidiebedrag vastgesteld conform het bestreden besluit.