ECLI:NL:CBB:2007:BB8880
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- H.C. Cusell
- E.J.M. Heijs
- J. Borgesius
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toevoeging referentiehoeveelheid melk aan nationale reserve bij niet-naleving 70%-eis
Appellant betwistte de beslissing van het Productschap Zuivel om een referentiehoeveelheid van 10.000 kg melk aan de nationale reserve toe te voegen, omdat hij volgens eigen zeggen wel aan de 70%-vermarktingseis had voldaan. Hij leverde in de heffingsperiode 2004/2005 79.015 kg melk, wat ruimschoots boven de 7.000 kg zou zijn die vereist was om aan de eis te voldoen. Echter, verweerder hield rekening met een referentiehoeveelheid van 580.065 kg na een definitieve overdracht van 60.000 kg, waardoor appellant onder de 70%-drempel bleef.
Appellant voerde aan dat een administratieve fout door zijn gemachtigde leidde tot het niet registreren van de overdracht van 10.000 kg, en dat hij vanwege overmacht niet kon voorkomen dat deze hoeveelheid aan de nationale reserve werd toegevoegd. Daarnaast beriep hij zich op het gelijkheidsbeginsel, stellende dat vergelijkbare gevallen anders werden behandeld.
Het College oordeelde dat de regelgeving duidelijk voorschrijft dat alleen daadwerkelijk vermarkte melk of geregistreerde overdrachten meetellen voor de 70%-eis. De niet-geregistreerde overdracht kon niet in mindering worden gebracht op de referentiehoeveelheid van de lopende heffingsperiode. De administratieve fout valt onder het normale bedrijfsrisico en vormt geen overmacht. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende onderbouwing en het verbod op strijdigheid met dwingendrechtelijke bepalingen.
Daarom verklaarde het College het beroep ongegrond en handhaafde de toevoeging van de referentiehoeveelheid aan de nationale reserve.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de toevoeging van 10.000 kg aan de nationale reserve wordt gehandhaafd.