ECLI:NL:CBB:2007:BB6144
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Weigering vergunning kansspelautomaten in laagdrempelig horecabedrijf bevestigd
Appellante exploiteert een horecabedrijf en verzocht om een vergunning voor het aanwezig hebben van twee kansspelautomaten. De burgemeester weigerde deze vergunning en legde een last onder dwangsom op vanwege het zonder vergunning aanwezig hebben van de automaten. Appellante betoogde dat haar inrichting hoogdrempelig is en dat eerdere vergunningen waren verleend.
Het College oordeelde dat de inrichting niet als café of restaurant kan worden aangemerkt omdat het aanbod van merendeels afzonderlijke gerechten een zelfstandige betekenis heeft en een eigen bezoekersstroom trekt. Hierdoor kwalificeert de inrichting als laagdrempelig, waarvoor geen vergunning voor kansspelautomaten kan worden verleend.
De last onder dwangsom is terecht opgelegd omdat de aanwezigheid van de automaten in strijd is met de Wet op de Kansspelen. Het College vond de motivering van het besluit voldoende en wees het beroep af. Er werden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen de weigering van de vergunning voor twee kansspelautomaten is ongegrond verklaard.